Logo berkelnieuws.nl


Column: 'Mijn hoogzwangere moeder wilde nog even naar Borculo met de bus'

  Column

"Wij zijn zwanger!" kraaide een kennis toen ik hem onlangs onverwacht tegenkwam. Ik monsterde zijn buik, maar die leek nog even plat als voorheen. Het is aandoenlijk hoe er tegenwoordig met zwangerschappen wordt meegeleefd. Overdreven soms ook, met al die babyshowers, cadeaumanden, pretecho's, babybeurzen en wat er nog meer bij een aanstaande bevalling komt kijken.

Dat ging vroeger toch heel anders. Vele jaren hoorde ik op mijn verjaardag het verhaal over mijn geboorte. Daar was destijds de halve buurt bij betrokken, behalve de kersverse vader. Mijn moeder had die bewuste gure herfstdag per bus van Enschede naar Borculo willen reizen voor de verjaardag van een nichtje. Ze zag er op het laatst toch van af. Gelukkig maar, want 's avonds, bijna een maand te vroeg, kreeg ze weeën.

Telefoon was er niet, een auto evenmin. Ze strompelde naar de buurvrouw die de vroedvrouw belde. Die wilde niet komen, want veel te vroeg. In korte tijd beviel mijn moeder met hulp van buren van een dochter, en terwijl de inmiddels toch maar gearriveerde vroedvrouw op de nageboorte wachtte, riep deze verrast: ''Er komt er nog één." Die nageboorte was ik. Beide baby's waren te klein en te blauw. Een andere buurvrouw legde ze tussen warme kruiken in een zinken teil, een buurman reed er snel in zijn Kever mee naar het oude Ziekenzorg en zette de teil op de balie: "De buurwichter. Red oe d'r met."

Ondertussen wist mijn vader, die moest overwerken, nog van niets. Buurvrouw nummer drie belde hem. Tegen de tijd dat hij fietsend thuis was lagen zijn dochters al in een couveuse. Zes weken lang zag hij zijn kinderen alleen op afstand achter glas. Moeders mochten er wel bij, voor vaders vond men begin jaren zestig babybinding niet nodig.

De vader-kindverhouding leed er gelukkig niet onder. Bijna elke avond stond hij trouw voor de etalageruit, waar in een warme kamer zo'n twintig baby's lagen. Die twee van hem helemaal voor bij het raam. Hij trof er andere vaders.
"Welke is van u?", vroeg een van hen.
"Die kleintjes hier vooraan", zuchtte mijn vader. "Twee meisjes, terwijl ik een beetje op een jongen hoopte."
"Wat mankeert eraan?", wilde de man weten.
"Niets. Alleen een beetje klein en vroeg, maar verder kerngezond."
De man keek mijn vader stomverbaasd aan. "Beseft u eigenlijk wel wat een rijkdom dat is? Daar rechtsachter ligt mijn dochter, met dat waterhoofdje. Ze zal vermoedelijk niet lang leven." Mijn vader werd heel stil. Voor het eerst bekeek hij met aandacht de andere baby's. Kinderen met open ruggetjes, waterhoofden, Softenonslachtoffers zonder armen of benen. Nooit eerder schaamde hij zich zo diep. En nooit eerder werd hij overspoeld door zoveel liefde en geluk.


Alice Plekkenpol is als journalist werkzaam in Berkelland

1 reactie
Meer berichten


Shopbox